Actief burgerschap project

Voor mijn afstudeeronderzoek heb ik een project moeten afleveren, gebaseerd op de uitkomsten van het onderzoek.
Uit het onderzoek bleek dat voornamelijk VMBO leerlingen het nut en het plezier van actief burgerschap niet inzagen, daarom is besloten om een praktijkgericht project te ontwikkelen waarbij deze leerlingen het nut en het plezier ervaren.

Gedurende een halve dag zijn deze leerlingen omgetoverd tot alle inwoners van Delft. “Delft” bestaat nu uit ongeveer 30 leerlingen en 3 politieke partijen. Op deze dag vertelt de docent eerst over een aantal welzijnsorganisaties die werkzaam zijn in Delft, maar meer vrijwilligers nodig hebben. Na deze introductie kiezen de leerlingen een organisatie waar zij vervolgens bij gaan helpen. De organisaties zijn die dag ook aanwezig op school en hebben een korte opdracht voor de leerlingen.
Voordat de leerlingen gaan kiezen, zijn er eerst drie docenten die een politieke partij representeren. Zij vertellen heel kort iets over hun partij, gericht op de jongeren en de vrijwilligersorganisaties. Op basis hiervan gaan de jongeren stemmen. Aan het einde van de middag worden de stemmen bekend gemaakt.
Er zit geen verplicht aantal aan, maar er moeten wel een aantal leerlingen (minimaal 5) naar elk onderdeel gaan. De docent kan hierop aansturen. Vervolgens gaan de leerlingen naar deze organisaties toe in de school.

Er zitten een paar regels bij:
Leerlingen die niet hun best doen of niet actief meedoen worden ‘ziek’. Zij worden naar een mantelzorglokaal gebracht en worden in een rolstoel gezet of moeten met krukken lopen. Zij hebben hierdoor hulp nodig van de mensen om hen heen. Zij hebben dan ook een aantal doelen die zij moeten behalen. Bijvoorbeeld de gang op en neer lopen, boodschappentas verplaatsen etc.
Leerlingen die ervoor kiezen om geen vrijwilligerswerk te doen, of aan het begin echt weigeren om te kiezen, kunnen ook ziek gemaakt worden of kunnen kiezen om mantelzorger te zijn.
Aan het einde van de activiteiten komen de leerlingen terug naar het lokaal en wordt de winnende politieke partij bekend gemaakt. Op basis van welke politieke partij heeft gewonnen worden de gevolgen kort uitgelegd. Bijvoorbeeld als de PVV zou winnen wordt een van de organisaties opgeheven. Er kan een korte discussie opgezet worden, begeleid door de docent, om te kijken of leerlingen het hier mee eens zijn.

Bij deze activiteit is rekening gehouden met de drie pijlers van actief burgerschap. Participatie komt aan bod door de aanwezigheid van de vier verschillende vrijwilligersorganisaties, waar de leerlingen uit kunnen kiezen en mee aan de slag gaan. Democratie komt aan bod door het politieke aspect van de politieke partijen. Ook al is dit aspect kort, het legt kort en praktisch de werking uit van democratie. Tot slot is identiteit verweven in de twee onderdelen. Er kan gekozen worden uit vier verschillende organisaties, waarbij leerlingen kunnen kiezen wat hen het meeste ligt. Ditzelfde geldt voor de politieke partijen, omdat leerlingen een politieke partij kunnen kiezen die het dichtst bij henzelf ligt.