Teambuilding

Op basis van de methodiek participatief drama van Formaat, heb ik een teambuilding cursus ontworpen.
Deze cursus is oorspronkelijk ontworpen voor een jeugd volleybal team met meisjes van 16 jaar en ouder. In dit team was veel spanning en irritatie, en dit scheen door in het veld. Toen besloot ik deze cursus te ontwerpen.

Voor deze workshop heb ik me vooral gefocust op samenwerking oefeningen , en vertrouw oefeningen. Maar als eerste komt natuurlijk de warming-up. Bij de warming-up heb ik het heel luchtig gehouden.
Door middel van een tel oefening, een stop en loop oefening en tot slot een oefening waarbij er steeds 1 stoel te weinig in de kring staat. De persoon die overblijft moet een bekentenis doen over zichzelf. Vervolgens moeten de mensen die dit ook herkennen opstaan en van stoel wisselen. De persoon die hieraan overblijft, doet ditzelfde.

Vervolgens gaan we naar de eerste vertrouw oefeningen. Dit is de serie oefeningen; zatte fles, plank en de cirkel van vertrouwen. Als eerste begint iedereen met staand zijn evenwichtspunt te zoeken. Door je lichaam stijf te houden, en van voor naar achter te bewegen probeer je te vinden waar je evenwicht wegvalt. Vervolgens gebeurt dit in drietallen (de plank). Je maakt van je lichaam een plank, en voor en achter jou staan twee personen die je opvangen. Bij het vormen van de drietallen moet enigszins op lengte gelet worden. Je gaat hierbij voorbij je evenwichtspunt, en geef je jezelf over aan het vertrouwen van de andere twee groepsgenoten.
Vervolgens, als deze oefening goed is gelukt, vormen we een cirkel. Dit wordt de cirkel van vertrouwen genoemd. In deze cirkel staat 1 persoon in het midden, en de rest sluit de cirkel om hem of haar heen. Deze persoon geeft zichzelf compleet over aan de groep, en laat zichzelf weer vallen. De cirkel beslist vervolgens, niet hardhandig, waar deze persoon heen valt.

Hierna komen er nog twee oefeningen die bij elkaar horen. Als eerste de oefening geluiden. Er worden tweetallen gevormd, binnen deze tweetallen is er een leider en een volger. De leider spreekt met de volger 2 geluiden af. 1 geluid voor stop, en 1 geluid voor loop. Vervolgens doet de volger zijn/haar ogen dicht en de leider gaat lopen, de volger volgt. Als de leider zijn geluid voor stop zegt, moet deze persoon even stilstaan. De leider kan dan van richting wisselen, en zodra het geluid voor loop gemaakt wordt moet de volger deze richting opzoeken. Zo gaat het even door. Deze oefening wordt verder in stilte uitgevoerd, na een paar minuten wisselt de leider en de volger.

De oefening die hierop volgt is de vinger. Dit is hetzelfde principe, alleen dit keer worden er geen geluiden gemaakt. De leider raakt de volger met 1 vinger aan, en stuurt hem hiermee de ruimte door. Zodra deze vinger losgelaten wordt, moet deze persoon stoppen. Dit gebeurt meestal als er een persoon langs hem/haar loopt. Ook dit gaat een paar minuten door en dan wordt er gewisseld.

Tot slot komt er een groepsoefening, waarbij er samengewerkt zal moeten worden. Deze oefening heet de knoop (versie 2).
De groep wordt in tweeen gesplitst, de ene groep doet zijn ogen dicht aan de andere kant van de ruimte en wacht een paar minuten tot de begeleider ze komt halen. De overige groep gaat een levend beeld vormen, met zoveel mogelijk verbindingen tussen elkaar. Als zij dit hebben gedaan, wordt de andere groep teruggehaald. Zij hebben hun ogen dicht, en kunnen dit beeld niet zien. De begeleider leidt ze naar dit beeld toe, en zorgt dat hun handen het beeld aanraken. Hierbij wordt er opgelet of het niet vlakbij intieme plekken zit.
Na een paar minuten, moeten ze zo goed mogelijk proberen dit beeld na te maken.
Een andere versie hiervan is dat de hele groep met hun ogen open zoveel mogelijk verbindingen aan proberen te gaan, en zonder elkaar los te laten moeten ze proberen uit deze knoop te komen.

Als afsluiting een oefening die heel simpel lijkt, maar erg kan bedriegen. De groep moet tot tien tellen, máár er is een addertje onder het gras. Geen enkele persoon mag tegelijk praten. Als er twee mensen tegelijk een getal zeggen, moet de groep overnieuw beginnen.